Als de aandeelhouder geen buurman meer is

Kinship maatschappij kapitaal en verantwoordlijkheid voor gemeenschap

Over kinship, afstand en de verdwijning van sociale correctie

Er was een tijd waarin een fabriek niet alleen ergens stond, maar ergens bij hoorde.

De directeur woonde in dezelfde stad of hetzelfde dorp als de mensen die in zijn fabriek werkten. Hij kwam bij dezelfde bakker, zat misschien op zondag langs hetzelfde voetbalveld en zijn kinderen zaten op school met de kinderen van zijn werknemers. De mensen die de gevolgen van zijn beslissingen ondervonden, waren geen abstracte groep medewerkers, omwonenden of consumenten. Het waren mensen met namen en gezichten.

Dat verleden moeten we niet romantiseren. Ook toen bestonden uitbuiting, grote machtsverschillen en slechte arbeidsomstandigheden. Nabijheid garandeert geen rechtvaardigheid.

Maar nabijheid deed wél iets anders: ze maakte het moeilijker om je volledig aan de gevolgen van je handelen te onttrekken.

En precies daar raakt dit aan kinship.

Kinship gaat over meer dan verbondenheid

Kinship wordt vaak vertaald als verwantschap. Maar voor mij gaat het begrip verder dan familiebanden. Het gaat over het besef dat ons bestaan verweven is met dat van anderen. Dat mijn welzijn niet volledig losstaat van jouw welzijn. Dat ik onderdeel ben van een gemeenschap en dat daar wederkerigheid uit voortvloeit.

Wie onderdeel is van een gemeenschap ontvangt niet alleen, maar heeft er ook iets aan terug te geven.

Dat gold ook voor de directeur van de plaatselijke fabriek. Zijn bedrijf bood werkgelegenheid en inkomen, maar was tegelijkertijd afhankelijk van de gemeenschap. Van werknemers, infrastructuur, onderwijs, leveranciers, publieke voorzieningen en het vertrouwen van de omgeving.

Die afhankelijkheid was zichtbaar.

En belangrijker: zij was voelbaar.

Wanneer een fabriek de rivier vervuilde, waren het misschien de mensen die de directeur zaterdag bij de bakker tegenkwam die daar last van hadden. Wanneer hij honderd mensen ontsloeg om zijn eigen winst te vergroten, zag hij de gevolgen daarvan terug in zijn eigen omgeving.

De gemeenschap had daardoor iets wat we tegenwoordig steeds minder hebben: de mogelijkheid tot sociale correctie.

Je kon iemand aankijken.

Je kon zeggen: Dit kun je toch niet maken?

Op een spreadsheet bestaat geen buurman.

Veel economische macht heeft zich inmiddels losgemaakt van die fysieke gemeenschap.

De eigenaar van een bedrijf is steeds minder vaak één herkenbaar persoon. Eigendom ligt bij aandeelhouders, investeringsfondsen, pensioenfondsen en andere financiële partijen. Een aandeelhouder kan duizenden kilometers verwijderd zijn van de fabriek waarin zijn kapitaal is geïnvesteerd.

Hij hoeft er nooit te komen.

Hij hoeft de werknemers niet te kennen.

Zijn kinderen zitten niet bij hun kinderen in de klas.

Hij drinkt niet in hetzelfde café.

En wanneer een beslissing leidt tot vervuiling, baanverlies, verschraling van arbeidsvoorwaarden of het verdwijnen van een fabriek, hoeft hij de mensen die daarvan de gevolgen dragen nooit onder ogen te komen.

Dat verandert iets fundamenteels.

Niet noodzakelijk omdat de moderne aandeelhouder een slechter mens is dan de vroegere fabriekseigenaar, maar omdat we een systeem hebben gebouwd waarin afstand de morele consequenties van beslissingen minder voelbaar maakt.

Op een spreadsheet bestaat geen buurman.

Daar staan personeelskosten, rendement, risico, marge en groeiverwachtingen.

Wie wijst de aandeelhouder terecht?

Dat roept een interessante vraag op: wie wijst de aandeelhouder terecht?

Wie kan hem aanspreken wanneer zijn individuele belang botst met het gemeenschappelijke belang?

Voor de werknemer bestaan allerlei vormen van correctie. Er is een manager, een gedragscode, een functioneringsgesprek en uiteindelijk de mogelijkheid van ontslag.

Een directeur heeft een raad van commissarissen, wetgeving, toezichthouders en publieke opinie.

Maar de uiteindelijke eigenaar van het kapitaal bevindt zich vaak op afstand. Zeker wanneer eigendom verspreid is over duizenden of miljoenen aandeelhouders, wordt verantwoordelijkheid diffuus.

Iedereen bezit een klein stukje.

En daardoor lijkt niemand werkelijk verantwoordelijk voor het geheel.

Dat is misschien een van de grote vraagstukken van onze huidige economie: macht kan mondiaal georganiseerd worden, terwijl de gevolgen lokaal neerslaan.

De winst kan naar aandeelhouders overal ter wereld vloeien, terwijl vervuiling, werkloosheid, geluidsoverlast, slechte arbeidsomstandigheden of sociale ontwrichting achterblijven op één specifieke plek.

De baten reizen.

De lasten blijven wonen.

Afstand maakt abstractie mogelijk

Kinship vraagt juist het tegenovergestelde.

Kinship vraagt om nabijheid. Niet noodzakelijk letterlijk (we hoeven niet allemaal in hetzelfde dorp te wonen) maar wel moreel.

Het vraagt dat we de mensen met wie onze keuzes verbonden zijn onderdeel maken van onze morele gemeenschap.

Dat is ingewikkeld in een geglobaliseerde economie.

Wie een aandeel bezit in een kledingbedrijf hoeft de naaister in Bangladesh nooit te ontmoeten. Wie investeert in een chemiebedrijf hoeft niet naast de fabriek te wonen. Wie rendement ontvangt uit een distributiecentrum hoeft niet te weten onder welke omstandigheden daar wordt gewerkt.

We hebben economische relaties gecreëerd zonder daar automatisch sociale relaties tegenover te zetten.

En precies daar ontstaat een tekort aan kinship.

Want wanneer de relatie verdwijnt, verdwijnt ook een deel van de wederkerigheid. De ander wordt gemakkelijker een kostenpost, productiefactor, consument of risico.

Niet iemand tegenover wie je verantwoordelijkheid draagt.

Misschien moeten we gemeenschap opnieuw organiseren

De oplossing is natuurlijk niet dat iedere aandeelhouder weer naast zijn fabriek moet gaan wonen.

We kunnen de globalisering niet simpelweg terugdraaien naar het dorp van honderd jaar geleden. En dat hoeft ook niet.

Maar we kunnen wel nadenken over hoe we de corrigerende werking van gemeenschap opnieuw organiseren in een economie waarin eigendom op afstand staat.

Dat betekent dat de mensen die de gevolgen van economische beslissingen dragen een sterkere stem moeten krijgen in die beslissingen. Werknemers, omwonenden, lokale gemeenschappen, toekomstige generaties en zelfs de natuur kunnen niet slechts worden beschouwd als ‘stakeholders’ die na afloop worden geïnformeerd.

Ze moeten onderdeel worden van de kring waartegenover een onderneming zich verantwoordelijk weet.

Dat vraagt misschien ook om een andere opvatting van eigenaarschap.

Een aandeel bezitten betekent nu vooral dat je recht hebt op een deel van de economische waarde die een onderneming creëert. Maar als eigendom rechten geeft, waarom zouden daar dan niet nadrukkelijker verplichtingen tegenover staan?

Wie meeprofiteert van een onderneming, draagt ook verantwoordelijkheid voor de wereld waarin die onderneming opereert.

Dat is wederkerigheid.

Dat is kinship.

De morele kracht van de bakker

Misschien zit de essentie uiteindelijk in dat eenvoudige beeld van de directeur bij de plaatselijke bakker.

Niet omdat die bakker formele macht had.

Hij kon de directeur niet ontslaan. Hij bezat waarschijnlijk geen aandelen en zat niet in de raad van commissarissen.

Maar hij had iets anders.

Hij kon hem aankijken.

Hij kon vragen: Waarom doe je dit eigenlijk?

En de directeur kon zich niet verschuilen achter een anoniem systeem, want morgen kwam hij diezelfde mensen opnieuw tegen.

Onze economie heeft enorme voordelen gehaald uit schaalvergroting, internationalisering en financiële markten. Maar ergens onderweg hebben we ook iets verloren: de nabijheid tussen degenen die beslissen en degenen die de consequenties van die beslissingen dragen.

De uitdaging is daarom niet om terug te verlangen naar vroeger.

De uitdaging is om iets wat vroeger vanzelf ontstond door fysieke nabijheid, bewust opnieuw te organiseren.

Een economie waarin aandeelhouders zich niet alleen verbonden voelen met hun kapitaal, maar ook met de mensen, gemeenschappen en plekken waarvan dat kapitaal afhankelijk is.

Want misschien begint verantwoord ondernemen uiteindelijk met een heel eenvoudige gedachte:

Je kunt pas werkelijk verantwoordelijkheid nemen voor een gemeenschap wanneer je jezelf als onderdeel van die gemeenschap beschouwt.

LinkedIn
WhatsApp

Gerelateerde artikelen

Leiderschap Share Dare Care
Organisatie & Cultuur

Leiderschap: Share, Dare & Care

Leiderschap Share Dare Care Een leider moet richting geven, luisteren, besluiten nemen, ruimte bieden, grenzen stellen en het liefst ook nog een beetje gezellig blijven.

Lees meer >>
Giraf en jakhals, verbindende communicatie, geweldloze communicatie.
Organisatie & Cultuur

De Giraf & de Jakhals

“Zie je die luie man daar?” vraagt de jakhals. “Ik heb nog nooit een luie man gezien,” antwoordt de giraf.“Wel een man die nooit hardliep

Lees meer >>